De Taalgrens

Een taalgrens is al bij al een vrij stevige constructie. Dat, en een boel andere dingen, heeft het zopas verschenen boek ‘De taalgrens’ van Brigitte Raskin mij geleerd. Ik was toe aan een flinke opfrisbeurt van mijn aan slijtage lijdende kennis van de Belgische taalproblematiek. Op de koop toe heeft de lectuur mijn Vlaamse ‘identiteit’ enigszins opgebeurd.

journalist William van Laeken

Over het boek

De voorbije jaren stond de communautaire problematiek hoog op de Belgische politieke agenda. Maar dat was niet nieuw: de taalproblemen en communautaire spanningen hebben altijd politieke hoogspanning in het land verwekt. Maar was dat ook zo vóór 1830? Trok de Germaans-Romaanse taalgrens van meet af aan een spoor van verdeeldheid doorheen het Belgisch grondgebied? En hoe verliep het dan precies na 1830 en in de twintigste eeuw, tot in de jaren van de de omvorming van de Belgische eenheidsstaat tot een federale staat?

Om de Belgische actualiteit te volgen die dagelijks aan bod komt in de media en niet te hoeven passen in discussies over de toekomst van België en Brussel, is het goed om weten hoe de vork in de steel zit. Daarom doorkruiste historica, schrijfster en taalgrensbewoner Brigitte Raskin de Europese en Belgische geschiedenis en reconstrueert ze het ontstaan en de evolutie van de taalgrens én de taalperikelen van 500 v. Chr. tot de Belgische staatshervorming omstreeks 2000.

Fragmenten

fragment 1

WELKOM OF BIENVENUE
Het is de Belgische taalgrens niet aan te zien dat ze zich als een splijtzwam door het land heeft geboord. Ze oogt rustig en vredig. Haar parcours is een paar honderd kilometer lang en slingert onopvallend van west naar oost, van Nieuwkerke, een deelgemeente van Heuvelland, naar Clermont, dat tot Les Plus Beaux Villages de Wallonie behoort. Soms valt ze samen met een landweggetje, loopt ze mee met een gemeentelijke asfaltbaan, bakent ze tegelijk een weide of veld af. Soms kruist ze een grotere weg en is ze gemarkeerd met een plaatsnaambord of een groter bord dat je welkom of bienvenue heet in de regio of provincie die je betreedt.

België is aan weerszijden van de Germaans-Romaanse taalgrens ontstaan zonder dat zij een hindernis vormde, laat staan een struikelblok. Maar in de loop der eeuwen stapelde zich in het land een wél hinderlijke taalbarrière op tussen rijk en arm, tussen de hogere klassen die Frans spraken en de lagere klassen die Fransonkundig waren. Die alomtegenwoordige sociale taalgrens werd aan de zuidkant van het land uitgewist toen de Walen van hun Waals dialect naar de cultuurtaal Frans overschakelden. Aan de noordkant van het land sleet de sociale taalgrens zich dieper in terwijl de bovenlaag van de Vlaamse bevolking van Vlaams naar Frans overschakelde. Al kort na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 verzette de Vlaamse Beweging zich tegen de openbare Franse eentaligheid van het land. Tegelijk zette ze zich in voor de emancipatie van de Vlamingen dankzij de cultuurtaal Nederlands, die net zo goed de standaardtaal is van de Vlamingen als van de Hollanders.

De eerst eenvoudige taaltegenstelling die tot taalwetgeving leidde, leidde tot het ingewikkeld communautair conflict dat tot staatshervorming dwong. In die ontwikkeling kwamen het Vlaamse en het Waalse volk tegenover elkaar te staan als twee nationale gemeenschappen, niet elkaars vijanden, maar toch dikwijls elkaars tegenstanders. Want al woedde er nooit een echte taaloorlog in België, er heerste ook nooit echte taalvrede. Toch is de Belgische tweedeling geen kwaadaardige kwaal. Ze is een onomkeerbaar en leerrijk geschiedenisverhaal. Dat begint als alle grote verhalen vóór de Romeinen.

fragment 2 

OPEN EINDE
Zo ging de Belgische geschiedenis naadloos over in de Belgische actualiteit. De politiek in de eerste decennia van deze eeuw gelijkt als twee druppels water op die in de laatste decennia van de vorige eeuw: elke staatshervorming geeft door moeizaam bereikte communautaire akkoorden meer autonomie aan de deelstaten Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Het interne samenspel tussen de federale overheid en de gewestelijke overheden is een voortdurende evenwichtsoefening en de federale overheid moet tegelijk overeind blijven in het internationale samenspel met haar partners in de Europese Unie. Die beide prestaties moet ze slag na slag leveren in Brussel, een hoofdstad die nog hybrider is dan België zelf. 

“Het Belgisch tussenniveau zien we op termijn verdampen”, stelt de N-VA, die in 2010 aan Vlaamse kant overtuigend de federale verkiezingen won, ook dankzij de populariteit van haar kopman Bart de Wever. De Vlaams-nationalisten zien dat verdwijnen van België graag gebeuren, het gros van de Vlamingen zou het (ondanks zijn kiesgedrag) betreuren. De Walen zouden dat ook, al bereiden hun politici het uiteenvallen van het land voor door de band met Brussel aan te halen in wat ze de Federatie Wallo-Brux noemen, een (niet institutionele) strategie die het FDF toejuicht en de Waalse socialisten verdeelt. Met dat al lijkt het er soms op dat België zijn 200ste verjaardag niet haalt en ook de tijd van zijn onafhankelijkheid een hoofdstuk zal zijn in de geschiedenis van zijn grondgebied, veel korter dan de Romeinse en iets langer dan de Spaanse tijd. Toegegeven, België kreeg in 1830 en het Belgisch grondgebied al veel eerder een gespletenheid mee die zijn bestaan zo bemoeilijkt dat de Vlamingen zich tot een apart volk ontwikkelden, de Walen hun eigen gebied in handen namen en de Brusselaars hun stad als een zelfstandige eenheid gingen zien.

Dat er toch belgitude bestaat, een eigenheid die de Belgen bindt en van anderen onderscheidt, blijkt hoe dan ook niet in het wettelijk en wel in het werkelijk land, omdat die eigenheid niet zit ingebakken in België maar in zijn bewoners, misschien al van toen zij nog Belgae waren, of Franken of Gallo-Romeinen of particularisten. Waar de taalgrens zich van oudsher bevond, lopen nu soms straten die strikt de grens vormen tussen een Vlaamse en Waalse gemeente, een Vlaamse en Waalse provincie, het Vlaams en Waals gewest, de Vlaamse en Franse Gemeenschap. Maar geen vierdubbele grens belet de bewoners aan weerszijden van zo’n straat om in de beste verstandhouding elkaars buren te zijn en voorbeeldig twee- of meertalige landgenoten.


Recensies

De kracht van verandering

Raskins beschrijving van achttien eeuwen geschiedenis van de Nederlanden moet in het kader van haar onderwerp uiteraard beknopt zijn, en ik vind het een knappe prestatie dat dit niet heeft geleid tot een relaas van geïsoleerde feiten. […] Raskin verklaart het beknopt maar met verve, en als we via de Spaanse tijd in de Oostenrijkse zijn beland, dan snapt de lezer: zó, als speelbal van de grootmachten, zo zijn deze fiere landen in de achterbuurt van de geschiedenis beland.

Piet Offermans, website rabelais.nl

Brigitte Raskin keert terug tot 500 v.C. voor hoe, wat en waarom van de taalgrens

Inzicht in het heden door kennis van het verleden. Dat is zowat de rode draad doorheen Raskins boek. Want wie BHV een vijftig jaar oud probleem noemt, is vergeten dat de kwestie eigenlijk al kiemde sinds de wet van 1878 inzake de bestuurstalen, illustreerde Raskin. "Het arrondissment BHV was toen net hetzelfde, al heette het toen nog Brussel.".

Belgabericht op hln.be en hier op demorgen.be, 6 september 2012

La longe histoire de la frontière linguistique

Brigitte Raskin, romancière flamande, propose un regard original et objectif sur la frontière linguistique.

Christian Laporte, La Libre Belgique, 7 september 2012

Schaf de taalgrens af!

Terwijl ik het boek 'De Taalgrens' van schrijfster en historica Brigitte Raskin las, woedde er in Vlaanderen een taalstrijd over Verkavelingsvlaams en werd in Quebec geschoten op een meeting van een separatistische partij. Stof tot nadenken.

Karl van den Broeck, De Morgen, rubriek Boeken met een mening, 10 september 2012

Uitgaven

  • Brigitte Raskin, De Taalgrens
    329 blz.
    Davidsfonds, 2012

Extra's

Interview ActuaTV

Een interview in de reeks Actua-boeken van ActuaTV, september 2012, door Ludwig Verduyn



Interview Omtrent

Omtrent, cultuurmagazine van het Davidsfonds 'Omtrent', juni 2012, interview (PDF) door Katrien Steyaert, foto's Jimmy Kets 

Presentatie

Brussel, 6 september 2012, presentatie De Taalgrens in het Huis van de Parlementsleden, inleiding door Brigitte Raskin

Geacht publiek,

De Taalgrens is het resultaat van een uit de hand gelopen project. Het moest een dun boek geschiedenis-voor-iedereen worden over de taalgrens tussen Vlaanderen en Wallonië die in 1962 is vastgelegd. Maar om het daarover te hebben, moest ik de taalgrens tussen hoog en laag, rijk en arm, ter sprake brengen die geleidelijk aan is beslecht. De regionale taalgrens uit de Romeinse tijd raakte immers verknoopt met de sociale taalgrens die zich sinds de middeleeuwen ontspon. Om die verknoping te beschrijven, moest ik ook over de derde Belgische taalgrens beginnen, de aflijning van Brussel. Die politieke taalgrens is ook vijftig jaar geleden vastgelegd, maar wie weet nog níet echt beslecht.

Zo werd De Taalgrens geen dun boek maar een uitgebreid verhaal waarin ik de hele geschiedenis van het Belgische grondgebied en de Belgische staat vertel zonder die drie rode draden van taalgrenzen uit het oog te verliezen.

Het was alvast voor mij en wordt hopelijk voor de lezers van De Taalgrens verfrissend – en opfrissend – om die hele geschiedenis nog eens door te nemen. Ons collectieve geheugen heeft veel vergeten, terwijl de feiten op een rij voor zichzelf spreken. De Belgische taalstrijd speelde zich niet echt af aan de Vlaams-Waalse taalgrens, maar in de Vlaamse provincies en steden, bijvoorbeeld in het Franstalige bolwerk Gent. Het waren de Walen die het eerst om bestuurlijke scheiding gingen vragen en aan regionalisme wilden doen. De Vlaamse Beweging en het Vlaamse nationalisme zijn twee te onderscheiden zaken – iets wat ik lang voordat ik het opschreef mijn kinderen heb moeten uitleggen in hun tienerjaren, toen het Vlaams Blok al wat Vlaams is monopoliseerde.

Historische feiten en faits divers zijn ook zeer te onderscheiden. Dat eind jaren 1970 een Waalsgezinde Voerenaar met scherp op Vlaamse betogers schoot, is vermakelijk om te onthouden omdat het heethoofd Snoeck heette en van beroep forellenkweker was. Dat in 1477 hertogin Maria van Bourgondië haar landen, die tot in huidig Noord-Frankrijk reikten, plechtig moest beloven dat haar kanselier en secretarissen de streektalen Waals en Diets machtig zouden zijn en de rechtspraak overal in de taal van de gedaagde zou geschieden, is belangrijk om te onthouden; ik beschrijf haar toegevingen in wat het Groot Privilegie heette als taalwetgeving avant la lettre.

Terwijl ik aan het boek werkte, speelde zich de regeringsvorming Di Rupo af. Die actualiteit schatte ik dag in dag uit afstandelijk in aan de hand van wat ik aan het beschrijven was. BHV scheen in de media een bijwerking van de faciliteiten uit 1963 en de staatshervorming van 2001 te zijn, terwijl ik in mijn tekst aan het uiteenzetten was dat het probleem kiemde sinds 1878 en zelfs een beetje la faute de Napoléon was. De vergelijking actualiteit-geschiedenis liet mij toe de dagelijkse politieke perikelen beter te volgen en te begrijpen dankzij de kennis van de historische ontwikkeling. Die heeft het land niet alleen binnengrenzen opgeleverd maar ook bindweefsel. Vandaar dat ik mijn boek ook een ondertitel meegaf en daarin het accent verschuif van België naar de Belgen, die tegelijk verdeeld zijn en verenigd.

Behalve dat mijn geschiedenisboek hopelijk een tegenwicht vormt voor de actualiteit, kan het ook de tegenpool worden van een mediageniek boek dat volgende week verschijnt, ook bij het Davidsfonds, en dat slechts op het eerste gezicht over politiek gaat: Het regime van Bart de Wever. Het verhaal van een spectaculair gewichtsverlies dankzij een Catalaans dieet, met recepten erbij in woord en beeld. Lifestyle-advies van een populaire politicus tegenover geschiedenisles van een gepensioneerde lerares, iets zegt me dat zij, ik, die strijd met glans zal verliezen.

De Taalgrens, inhoud


WELKOM OF BIENVENUE

FRANKISCH ERFGOED 500 v.Chr. - 500 n.Chr.
De geschiedenis brengt verrassende wendingen met zich mee en dit is er zo een: uitgerekend de Franken die hun naam gaven aan Frankrijk en al wat Frans is, zijn de oervaders van het Nederlands en de grondleggers van de taalgrens die België verdeelt.

SCHILT ENDE VRIENT 500 - 1400
In de middeleeuwen raakt het Frankische rijk verdeeld en leidt het leenstelsel tot verbrokkeling. In de lage landen, balancerend tussen het Duitse keizerrijk en het Franse koninkrijk, vormen zich kleine vorstendommen. De streektalen zijn er varianten van de volkstaal, van het Diets dat aan de ene of het Waals dat aan de andere kant van de taalgrens wordt gesproken.

WALSCHE ENDE DUYTSCH 1400 - 1560
De Bourgondische hertogen verzamelen de Lage Landen, de Habsburgers maken hen één en onverdeelbaar van Friesland tot Picardië. Maar er broeit ontevredenheid en nu en dan breekt die uit, wanneer de vorst de vrijheid van zijn onderdanen beknot of hen de les laat lezen door vreemdelingen die de landstalen niet kunnen spreken.

NEEDERLANDSCHE HISTOORIEN 1560 - 1650
De Nederlanden zijn in handen gekomen van de Spaanse Habsburgers en komen in opstand tegen het autoritaire bestuur vanuit Madrid. Wanneer de koning bovendien de ketterjacht verhevigt, wordt het oorlog. De Noordelijke Nederlanden scheuren zich los van het Spaanse rijk, richten hun eigen staat op en verheffen het Nederlands zelfbewust tot cultuurtaal.

D’ONACHT DER MOEDERLYKE TAEL 1650 - 1815
De Zuidelijke Nederlanden blijven in de zeventiende eeuw Spaans en worden in de achttiende eeuw Oostenrijks, tot ze onder de voet worden gelopen door de Franse revolutionairen. Onder Napoleon is de Franstaligheid er zowel boven als onder de regionale taalgrens volkomen “de bon ton”.

HA! WEEST FRANS! VERBASTERT U! 1815 - 1860
Na de val van Napoleon herenigen zijn overwinnaars de Nederlanden tot een koninkrijk. Maar Noord en Zuid zijn van elkaar vervreemd en het bestuur van koning Willem I roept veel weerstand op in het zuiden. In 1830 leidt een revolutie tot de onafhankelijkheid van België, openbaar een eentalig Frans land.

EN LANGUE FLAMANDE 1860 - 1900
Eentalig Frans België wankelt. De flaminganten worden politici en willen dat de volkstaal niet alleen opklinkt in keukens, stallen en fabrieken, maar ook in rechtszalen en scholen. De eerste taalwetten laten tweetaligheid toe in Vlaams-België en de toenemende partijpolitiek verdeelt de Belgen in vele kampen.

ONS VLAAMSE HART IS DIEP GEWOND 1900 - 1950
België overleeft de twee wereldoorlogen. Maar tussen beide rampzalige tijden in gaan én de Vlaams-Waalse taalgrens én de grens rond Brussel frontlijnen vormen waarlangs de Belgen in twee kampen tegenover elkaar komen te staan en elkaar met principes, wetten en talentellingen om de oren slaan.

NAAR BINNEN ZO KWETSBAAR 1945 - 1965
Naoorlogs België blijft vooralsnog een eenheidsstaat, maar daarin wordt in 1962 de Vlaams-Waalse taalgrens vet aangezet en in 1963 de taalgrens rond Brussel vastgelegd. Walen en Vlamingen spreken een verschillende taal en houden er ook uiteenlopende meningen op na die naast communautair gekleurd ideologisch geladen zijn.

HET PACT DER BELGEN 1965 - 2000
Op de jaren van taalwetgeving volgen die van staatshervorming. België staat permanent in de steigers en wordt door de ene na de andere coalitie verbouwd. Drie gemeenschappen en gewesten krijgen hun plaats onder een federaal dak en de ministers zijn niet meer te tellen. Vlaanderen bloeit open, Wallonië herstelt zich en Brussel blijft het hele huis op stelten zetten. 

“Want de verteller zet een waar verhaal graag naar zijn hand.”

Brigitte Raskin