O Dierbaar België, mère chérie

Als introductie tot het thema voor een niet-gespecialiseerd publiek is het voortreffelijke O dierbaar België, mère chérie een absolute aanrader. Ook historici kunnen uit deze inspirerende synthese nog heel wat opsteken, zowel wat feiten als inzichten betreft.

historicus en auteur Nico van Campenhout

Over het boek

De communautaire problematiek is nooit helemaal weg uit de Belgische politieke agenda, de taalproblemen en communautaire spanningen hebben altijd politieke hoogspanning in het land verwekt. Maar was dat ook zo vóór 1830? Trok de Germaans-Romaanse taalgrens van meet af aan een spoor van verdeeldheid doorheen het Belgisch grondgebied? En hoe verliep het dan precies na 1830 en in de twintigste eeuw, tot in de jaren van de de omvorming van de Belgische eenheidsstaat tot een federale staat? Om de Belgische actualiteit te volgen die dagelijks aan bod komt in de media en niet te hoeven passen in discussies over de toekomst van België en Brussel, is het goed om weten hoe de vork in de steel zit. Daarom doorkruiste historica, schrijfster en taalgrensbewoner Brigitte Raskin de Europese en Belgische geschiedenis en reconstrueert ze het ontstaan en de evolutie van de taalgrens én de taalperikelen van 500 v. Chr. tot de Belgische staatshervorming omstreeks 2000.           

Fragmenten

fragment 1

L'UNION FAIT LA FORCE, EENDRACHT MAAKT MACHT

De naam van de Luikse baron die in 1831 Belgisch regent werd in afwachting van het vinden van een Belgische koning, is niet in het collectieve geheugen van de Belgen terechtgekomen: Érasme-Louis Surlet de Chokier. De spreuk die de regent bij zijn eedaflegging citeerde om te beklemtonen dat België zijn onafhankelijkheid dankte aan de samenwerking van de liberalen en de katholieken is dat wél: 'L'Union fait la force'. Ze was al gebruikt door de leiders van de opstand die in 1789 tot een dan kortstondige Belgische onafhankelijkheid had geleid en ze zou verheven worden tot nationaal Belgisch motto, aanvankelijk alleen in het Frans. Origineel was de wervende gedachte niet. In het Grieks is ze al te vinden bij Homeros, in het Latijn bij Sallustius, en volgens die klassieke schrijvers versterkt eendracht respectievelijk 'de zwakken' en 'de kleinsten'. Zo begrepen was de gemeenplaats wel heel geschikt voor het kleine België, dat alleen dankzij internationale zegen als zelfstandig staatje kon starten.  

Pas in 1898, op de valreep van de negentiende eeuw, stelde de Gelijkheidswet het Nederlands officieel gelijk aan het Frans en kwam 'Eendracht maakt macht' rijmend en welluidender naast 'L'Union fait la force' te staan. Waarna het motto een ironische bijklank kreeg toen de Belgische eenheid meer en meer verbrokkelde en het land ten slotte in 1993, op de valreep van de twintigste eeuw, een federale staat werd.
      België heeft sindsdien onder buitenlanders de reputatie hopeloos verdeeld te zijn, met een grite tweedracht tussen Vlamingen en Walen. Alsof de taalgrens die de enen van de anderen scheidt een oorlogsfront is, met aan de noordkant Vlamingen die met goedendags en leeuwenvlaggen zwaaien en aan de zuidkant Walen die door Napoleon achtergelaten kanonnen in stelling hebben gebracht. 

In werkelijkheid is het de Vlaams-Waalse taalgrens niet aan te zien dat ze zich als een splijtzwam door het land heeft geboord. Ze oogt rustig en vredig. Haar parcours is een paar honderd kilometer lang en slingert onopvallend van west naar oost, van Nieuwkerke, een deelgemeente van Heuvelland, naar Clermont, dat tot les Plus Beaux Villages de la Wallonie behoort. Soms valt ze samen met een landweggetje, loopt ze mee met een gemeentelijke asfaltbaan, bakent ze tegelijk een weide of veld af. Soms kruist ze een grotere weg en is ze gemarkeerd met een plaatsnaambord of een groter bord dat je welkom of bienvenue heet in de regio of provincie die je betreedt
      België is aan weerszijden van die Germaans-Romaanse taalgrens ontstaan zonder dat zij een hindernis vormde, laat staan een struikelblok. Maar in de loop der eeuwen stapelde zich in het land een wél hinderlijke taalbarrière op tussen rijk en arm, tussen de hogere klassen die Frans spraken en de lagere klassen die Fransonkundig waren. Die alomtegenwoordige sociale taalgrens werd aan de zuidkant van het land uitgewist toen de Walen van hun Waals dialect naar de cultuurtaal Frans overschakelden. Aan de noordkant van het land sleet de sociale taalgrens zich dieper in terwijl de bovenlaag van de Vlaamse bevolking van Vlaams naar Frans overschakelde. 

Al kort na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 verzette de Vlaamse Beweging zich tegen de openbare Franse eentaligheid van het hele land. Tegelijk zette ze zich in voor de emancipatie van de Vlamingen dankzij de cultuurtaal Nederlands, die net zo goed de thuistaal is van de Vlamingen als van de Nederlanders.
      De eerst eenvoudige taaltegenstelling die tot taalwetgeving leidde, escaleerde tot een ingewikkeld communautair conflict dat tot staatshervorming dwong. In die ontwikkeling kwamen de Vlamingen tegenover de Walen en alle Franstalige Belgen te staan, niet als elkaars vijanden, maar toch dikwijls als elkaars tegenstanders. Want al woedde er nooit een echte taaloorlog in België, er heerste ook nooit echte taalvrede. Toch is dat Germaans-Romaanse verschil in taal geen genetische, kwaadaardige kwaal. Het is wel de ideale rode draad om door het verhaal van België te weven. Dat begint als alle grote verhalen vóór de Romeinen.

fragment 2 

HAALT BELGIË 2030?
De 20ste eeuw ging over in de 21ste, de Belgische geschiedenis in de Belgische actualiteit. De politiek was een vervolg op die van voor de eeuwwisseling, al verschilde de stijl van de liberaal Guy Verhofstadt, premier van drie opeenvolgende federale regeringen, sterk van die van zijn voorgangers Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene, die respectievelijk in 2013 en 2014 overleden. Op de vijfde staatshervorming volgde in 2011 een zesde, het Vlinderakkoord, zo genoemd naar het eeuwige vlinderdasje van de dat jaar nieuwe federale premier, de Waalse socialist Elio Di Rupo. Dé trofee van het akkoord was de splitsing van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, weer een gordiaanse knoop die werd doorgehakt met weer een Belgisch compromis.
      Intern blijft het samenspel tussen de federale overheid en de gewestelijke overheden een voortdurende evenwichtsoefening, en tegelijk moet de federale overheid buitenlands meespelen in de Europese Unie, de NAVO en andere internationale organisaties.

‘Het Belgische tussenniveau zien wij op termijn verdampen’, zei de Vlaams-nationalist Bart De Wever in 2010. Met die ‘wij’ bedoelde hij zijn partij, de Vlaams-nationalistische Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA), die ontstond bij het uiteenvallen van de Volksunie. Ze won aan Vlaamse kant overtuigend de federale verkiezingen in 2010, ’14, ’19 en ’24 dankzij de populariteit van haar voorzitter De Wever. Hij voert sindsdien het hoogste woord in het Belgische politieke discours en pleit voor confederalisme. Dat betekent dat federaal België niet langer de ene na de andere bevoegdheid naar Vlaanderen en Wallonië versast, maar dat Vlaanderen en Wallonië onder elkaar overeenkomen welke bevoegdheden ze aan het federale niveau afstaan – een drastische ommekeer, ook in de financiering van het land.
      Dat confederalisme is vooralsnog niet aan de orde, ook niet doordat De Wever begin 2025 premier is geworden van een nieuwe federale regering. Zij heeft zich te buigen over de eeuwige staatszorgen, begroting, fiscaliteit, migratie, welvaart en welzijn. Dat dit gebeurt onder leiding van een Vlaams-nationalist die België op termijn ziet verdampen, meer thuis is in Antwerpen dan in Brussel en zich bij voorkeur inzet voor een zo soeverein mogelijk Vlaanderen, is hoogst merkwaardig. Het lijkt zelfs experimenteel, ook omdat die regering meerdere Vlaams-nationalisten telt – het varen onder Belgische vlag is niet hetzelfde als het klauwen van de Vlaamse Leeuw.

Of het op korte of langere termijn tot een zevende staatshervorming komt, valt af te wachten. Maar het moet gezegd, de Belgische staatsstructuur is bijzonder ingewikkeld geworden. Bijvoorbeeld de spoedeisende aanpak van de coronacrisis vereiste overleg van acht ministers met bevoegdheid voor volksgezondheid, zes die behoorden tot een van de zes regeringen in België (de federale, de Vlaamse, de Waals gewestelijke, de Brussels gewestelijke, de regering van de Franstalige en die van de Duitstalige Gemeenschap) en twee, een Frans- en een Nederlandstalige, die behoorden tot de Brusselse Gemeenschapscommissie. Door die complexiteit verloopt het laten draaien van de vele mechanismen die het land vooralsnog bijeenhouden almaar stroever. Dat heeft er ook mee te maken dat België weliswaar een voorbeeldige democratie is, maar – geen uitzondering in Europa – eigenlijk een particratie werd. Die tast het politieke weefsel aan en – ook geen uitzondering in Europa – verziekt de democratie, een politieke kwaal die hier niet behandeld kan, maar wel gesignaleerd moet worden.

In 2030 bestaat België twee eeuwen, minder lang dan het gebied Romeins, en iets langer dan het Spaans was. Dat het die 200ste verjaardag haalt, mag worden verwacht. Hoe het die haalt, valt op het moment zelf vast te stellen; de graad van politieke samenhang, stand van de openbare financiën, breedte van de welvaart – dat alles en nog veel meer valt niet te voorspellen. Hoe het die verjaardag viert, zal als alle Belgische feestelijkheden driekleurig en meertalig zijn, met het koningspaar in een hoofdrol en de kroonprinses wie weet al met een partner. Dat de Belgische revolutie van start ging in de zomer, is voor de verjaardag meegenomen; dat het in de zomer van 1830 aanhoudend regende, bleef genoteerd, maar in 2030 kan het Belgische weer hopelijk nog altijd als gematigd en wisselvallig beschreven worden.

Bij wijze van besluit kan over de geschiedenis van de Belgische taalgrenzen samenvattend worden gezegd dat België in 1830 en zijn grondgebied al veel eerder een gespletenheid meekregen die het bestaan ervan zo bemoeilijkte dat de Vlamingen zich tot een apart volk ontwikkelden, de Walen hun eigen gebied in handen namen en de Brusselaars hun stad als een zelfstandige eenheid gingen zien.
      Niet echt een happy end, maar laat een pars pro toto, één stukje taalgrensgebied, de gang van zaken in België relativeren. Lang geleden werd een stukje Zoniënwoud, ten zuidoosten van Brussel, de wijk Bakenbos van het gehucht Maleizen dat tot de Vlaamse gemeente Overijse behoort. Dit evenwel deels, omdat Bakenbos ook in de Waalse gemeente La Hulpe ligt. Aan een driesprong van landwegen werd in 1830 ter ere van de Belgische onafhankelijkheid ‘de linde van Bakenbos’ geplant. En laat die lindeboom nu in 1962 pal op de taalgrens zijn komen te staan, op een hoek van drie gemeenten – het Vlaamse Overijse en Hoeilaart en het Waalse La Hulpe – nadat bij het vastleggen van de taalgrens een uithoek van Overijse naar La Hulpe was gegaan en een uithoek van La Hulpe aan Hoeilaart was afgestaan. De weg die aan de linde in oostelijke richting vertrekt, valt sindsdien een kleine kilometer samen met de taal grens. Verhard, aan weerszijden bebouwd, een doodgewone straat met links en rechts wel een verschillende naam – Hoeilaartsesteenweg aan de kant van Overijse, Rue Pierre Van Dyck aan de kant van La Hulpe. Wie de straat oversteekt, gaat van een Vlaamse naar een Waalse gemeente, van Vlaams- naar Waals-Brabant, van het Vlaamse naar het Waalse Gewest, van het domein van de Vlaamse naar dat van de Franstalige Gemeenschap, of omgekeerd. Die vierdubbele begrenzing is de straat helemaal niet aan te zien, al is het eigenaardig dat het vuilnis aan de ene kant op een andere dag wordt opgehaald dan aan de andere kant. Er wonen Nederlandstaligen aan de Waalse en Franstaligen aan de Vlaamse kant, en het programma van het jaarlijkse wijkfeest van Bakenbos wordt tweetalig aangekondigd. Alles peis en vree rond de linde van Bakenbos. In 1830 klein begonnen, was de boom een eeuw later zo majestueus groot en een sta-in-de-weg dat de provincie Brabant de gemeente Overijse moest verbieden hem om te hakken. Na de Tweede Wereldoorlog gebeurde het omgekeerde: de boom op de driesprong kwijnde weg in de drukte van het verkeer en de luchtvervuiling. Hij was doodziek, maar werd in 1980 een tweede keer gered door radicale boomchirurgie: sterk gesnoeid, met een verbeterde grondstructuur en een uitgeholde stam staat hij er nog steeds – niet meer bewonderenswaardig om zijn schoonheid, wel om zijn standvastigheid en uithoudingsvermogen gedurende bijna 200 jaar. België is Bakenbos niet, maar Bakenbos is wel België.

Recensies

Nico van Campenhout, Tijdingen uit Leuven, nr. 185, najaar 2025

Deze uitstekend geïnformeerde monografie biedt overigens heel wat meer dan de titel zou doen vermoeden. In een even zwierige als accurate, genuanceerde en toegankelijke taal presenteert Brigitte Raskin namelijk een in vele richtingen uitwaaierend overzicht van de geschiedenis van het grondgebied van wat vandaag België is, van de Romeinse tijd tot vandaag, met de klemtoon op eerst de taal- en later breder de communautaire verhoudingen.

In de epiloog stelt de auteur dat ‘samenvattend kan worden gezegd dat België in 1830 en zijn grondgebied al veel eerder een gespletenheid meekregen die het bestaan ervan zo bemoeilijkte dat de Vlamingen zich tot een apart volk ontwikkelden, de Walen hun eigen gebied in handen namen en de Brusselaars hun stad als een zelfstandige eenheid gingen zien’. ‘In 2030’, zo besluit Brigitte Raskin relativerend, ‘bestaat België twee eeuwen, minder lang dan het gebied Romeins en iets langer dan het Spaans was. Dat het die 200ste verjaardag haalt, mag worden verwacht. Hoe het die haalt, valt op het moment zelf vast te stellen.’ 

De kracht van verandering

Raskins beschrijving van achttien eeuwen geschiedenis van de Nederlanden moet in het kader van haar onderwerp uiteraard beknopt zijn, en ik vind het een knappe prestatie dat dit niet heeft geleid tot een relaas van geïsoleerde feiten. […] Raskin verklaart het beknopt maar met verve, en als we via de Spaanse tijd in de Oostenrijkse zijn beland, dan snapt de lezer: zó, als speelbal van de grootmachten, zo zijn deze fiere landen in de achterbuurt van de geschiedenis beland. 

Piet Offermans, website rabelais.nl

Brigitte Raskin keert terug tot 500 v.C. voor hoe, wat en waarom van de taalgrens

Inzicht in het heden door kennis van het verleden. Dat is zowat de rode draad doorheen Raskins boek. Want wie BHV een vijftig jaar oud probleem noemt, is vergeten dat de kwestie eigenlijk al kiemde sinds de wet van 1878 inzake de bestuurstalen, illustreerde Raskin. "Het arrondissment BHV was toen net hetzelfde, al heette het toen nog Brussel.".

Belgabericht op hln.be en hier op demorgen.be, 6 september 2012

La longe histoire de la frontière linguistique

Brigitte Raskin, romancière flamande, propose un regard original et objectif sur la frontière linguistique.

Christian Laporte, La Libre Belgique, 7 september 2012

Schaf de taalgrens af!

Terwijl ik het boek 'De Taalgrens' van schrijfster en historica Brigitte Raskin las, woedde er in Vlaanderen een taalstrijd over Verkavelingsvlaams en werd in Quebec geschoten op een meeting van een separatistische partij. Stof tot nadenken.

Karl van den Broeck, De Morgen, rubriek Boeken met een mening, 10 september 2012

Uitgaven

  • Brigitte Raskin, De Taalgrens
    329 blz.
    Davidsfonds, 2012
  • Brigitte Raskin, O dierbaar België, mère chérie. De geschiedenis van de taalgrens 
    320 blz.
    Manteau / Standaard Uitgeverij, 2025 

    Extra's

    Interview ActuaTV

    Een interview in de reeks Actua-boeken van ActuaTV, september 2012, door Ludwig Verduyn



    Interview Omtrent

    Omtrent, cultuurmagazine van het Davidsfonds 'Omtrent', juni 2012, interview (PDF) door Katrien Steyaert, foto's Jimmy Kets 

    Presentatie

    Brussel, 6 september 2012, presentatie 'De Taalgrens' in het Huis van de Parlementsleden, inleiding door Brigitte Raskin

    Geacht publiek,

    De Taalgrens is het resultaat van een uit de hand gelopen project. Het moest een dun boek geschiedenis-voor-iedereen worden over de taalgrens tussen Vlaanderen en Wallonië die in 1962 is vastgelegd. Maar om het daarover te hebben, moest ik de taalgrens tussen hoog en laag, rijk en arm, ter sprake brengen die geleidelijk aan is beslecht. De regionale taalgrens uit de Romeinse tijd raakte immers verknoopt met de sociale taalgrens die zich sinds de middeleeuwen ontspon. Om die verknoping te beschrijven, moest ik ook over de derde Belgische taalgrens beginnen, de aflijning van Brussel. Die politieke taalgrens is ook vijftig jaar geleden vastgelegd, maar wie weet nog níet echt beslecht.

    Zo werd De Taalgrens geen dun boek maar een uitgebreid verhaal waarin ik de hele geschiedenis van het Belgische grondgebied en de Belgische staat vertel zonder die drie rode draden van taalgrenzen uit het oog te verliezen.

    Het was alvast voor mij en wordt hopelijk voor de lezers van De Taalgrens verfrissend – en opfrissend – om die hele geschiedenis nog eens door te nemen. Ons collectieve geheugen heeft veel vergeten, terwijl de feiten op een rij voor zichzelf spreken. De Belgische taalstrijd speelde zich niet echt af aan de Vlaams-Waalse taalgrens, maar in de Vlaamse provincies en steden, bijvoorbeeld in het Franstalige bolwerk Gent. Het waren de Walen die het eerst om bestuurlijke scheiding gingen vragen en aan regionalisme wilden doen. De Vlaamse Beweging en het Vlaamse nationalisme zijn twee te onderscheiden zaken – iets wat ik lang voordat ik het opschreef mijn kinderen heb moeten uitleggen in hun tienerjaren, toen het Vlaams Blok al wat Vlaams is monopoliseerde.

    Historische feiten en faits divers zijn ook zeer te onderscheiden. Dat eind jaren 1970 een Waalsgezinde Voerenaar met scherp op Vlaamse betogers schoot, is vermakelijk om te onthouden omdat het heethoofd Snoeck heette en van beroep forellenkweker was. Dat in 1477 hertogin Maria van Bourgondië haar landen, die tot in huidig Noord-Frankrijk reikten, plechtig moest beloven dat haar kanselier en secretarissen de streektalen Waals en Diets machtig zouden zijn en de rechtspraak overal in de taal van de gedaagde zou geschieden, is belangrijk om te onthouden; ik beschrijf haar toegevingen in wat het Groot Privilegie heette als taalwetgeving avant la lettre.

    Terwijl ik aan het boek werkte, speelde zich de regeringsvorming Di Rupo af. Die actualiteit schatte ik dag in dag uit afstandelijk in aan de hand van wat ik aan het beschrijven was. BHV scheen in de media een bijwerking van de faciliteiten uit 1963 en de staatshervorming van 2001 te zijn, terwijl ik in mijn tekst aan het uiteenzetten was dat het probleem kiemde sinds 1878 en zelfs een beetje la faute de Napoléon was. De vergelijking actualiteit-geschiedenis liet mij toe de dagelijkse politieke perikelen beter te volgen en te begrijpen dankzij de kennis van de historische ontwikkeling. Die heeft het land niet alleen binnengrenzen opgeleverd maar ook bindweefsel. Vandaar dat ik mijn boek ook een ondertitel meegaf en daarin het accent verschuif van België naar de Belgen, die tegelijk verdeeld zijn en verenigd.

    Behalve dat mijn geschiedenisboek hopelijk een tegenwicht vormt voor de actualiteit, kan het ook de tegenpool worden van een mediageniek boek dat volgende week verschijnt, ook bij het Davidsfonds, en dat slechts op het eerste gezicht over politiek gaat: Het regime van Bart de Wever. Het verhaal van een spectaculair gewichtsverlies dankzij een Catalaans dieet, met recepten erbij in woord en beeld. Lifestyle-advies van een populaire politicus tegenover geschiedenisles van een gepensioneerde lerares, iets zegt me dat zij, ik, die strijd met glans zal verliezen.

    O dierbaar België, mère chérie, inhoud 


    La Belle Gigue, Belgisch liedje 

    L'UNION FAIT LA FORCE, EENDRACHT MAAKT MACHT  

    FRANKISCH ERFGOED 500 v.Chr. - 500 n.Chr.
    De geschiedenis brengt verrassende wendingen met zich mee en dit is er zo een: uitgerekend de Franken die hun naam gaven aan Frankrijk en al wat Frans is, zijn de oervaders van het Nederlands en de grondleggers van de taalgrens die België verdeelt.

    SCHILT ENDE VRIENT 500 - 1400
    In de middeleeuwen raakt het Frankische rijk verdeeld en leidt het leenstelsel tot verbrokkeling. In de lage landen, balancerend tussen het Duitse keizerrijk en het Franse koninkrijk, vormen zich kleine vorstendommen. De streektalen zijn er varianten van de volkstaal, van het Diets aan de ene of het Waals aan de andere kant van de taalgrens.

    WALSCHE ENDE DUYTSCH 1400 - 1560
    De Bourgondische hertogen verzamelen de Lage Landen, de Habsburgers maken hen één en onverdeelbaar van Friesland tot Picardië. Maar er broeit ontevredenheid en nu en dan breekt die uit, wanneer de vorst de vrijheid van zijn onderdanen beknot of hen de les laat lezen door vreemdelingen die de landstalen niet kunnen spreken.

    NEEDERLANDSCHE HISTOORIEN 1560 - 1650
    De Nederlanden zijn in handen gekomen van de Spaanse Habsburgers en komen in opstand tegen het autoritaire bestuur vanuit Madrid. Wanneer de koning bovendien de ketterjacht verhevigt, wordt het oorlog. De Noordelijke Nederlanden scheuren zich los van het Spaanse rijk, richten hun eigen staat op en verheffen het Nederlands zelfbewust tot cultuurtaal.

    D’ONACHT DER MOEDERLYKE TAEL 1650 - 1815
    De Zuidelijke Nederlanden blijven in de zeventiende eeuw Spaans en worden in de achttiende eeuw Oostenrijks, tot ze onder de voet worden gelopen door de Franse revolutionairen. Onder Napoleon is de Franstaligheid er zowel boven als onder de regionale taalgrens volkomen “de bon ton”.

    HA! WEEST FRANS! VERBASTERT U! 1815 - 1860
    Na de val van Napoleon herenigen zijn overwinnaars de Nederlanden tot een koninkrijk. Maar Noord en Zuid zijn van elkaar vervreemd en het bestuur van koning Willem I roept veel weerstand op in het zuiden. In 1830 leidt een revolutie tot de onafhankelijkheid van België, openbaar een eentalig Frans land.

    EN LANGUE FLAMANDE 1860 - 1900
    Eentalig Frans België wankelt. De flaminganten worden politici en willen dat de volkstaal niet alleen opklinkt in keukens, stallen en fabrieken, maar ook in rechtszalen en scholen. De eerste taalwetten laten tweetaligheid toe in Vlaams-België en de toenemende partijpolitiek verdeelt de Belgen in vele kampen.

    ONS VLAAMSE HART IS DIEP GEWOND 1900 - 1950
    België overleeft de twee wereldoorlogen. Maar tussen beide rampzalige tijden in gaan én de Vlaams-Waalse taalgrens én de grens rond Brussel frontlijnen vormen waarlangs de Belgen in twee kampen tegenover elkaar komen te staan en elkaar om de oren slaan met principes, wetten en talentellingen.

    NAAR BINNEN ZO KWETSBAAR 1945 - 1965
    Naoorlogs België blijft vooralsnog een eenheidsstaat, maar daarin wordt in 1962 de Vlaams-Waalse taalgrens vet aangezet en in 1963 de taalgrens rond Brussel vastgelegd. Walen en Vlamingen spreken een verschillende taal en houden er ook uiteenlopende meningen op na die naast communautair gekleurd ideologisch geladen zijn.

    HET PACT DER BELGEN 1965 - 2000
    Op de jaren van taalwetgeving volgen die van staatshervorming. België staat permanent in de steigers en wordt door de ene na de andere coalitie verbouwd. Drie gemeenschappen en gewesten krijgen hun plaats onder een federaal dak en de ministers zijn niet meer te tellen. Vlaanderen bloeit open, Wallonië herstelt zich en Brussel blijft het hele huis op stelten zetten. 

    HAALT BELGIË 2030?

    BIBLIOGRAFIE

    DANK 


“Want de verteller zet een waar verhaal graag naar zijn hand.”

Brigitte Raskin