K van KISTJES

Mijn kistjes

In reactie op de recensie (zie hier pdf) van Afscheid van steen door Jos Borré, "Het verre kerkhof", De Morgen, 28-06-1996, schreef Brigitte Raskin een brief naar de recensent:

28 juni 1996

Geachte Jos Borré,

Na je bespreking van De eeuw van de Ekster onderdrukte ik mijn neiging om te reageren, nu, na je stuk over Afscheid van steen geef ik er – blijkbaar – aan toe.

Je stuk doet me deugd omdat je de moeite hebt gedaan het boek grondig te lezen en je de verbanden ziet die ik erin heb verwerkt. Sommige van je verwoordingen geven me een beter inzicht in mijn eigen werk en schrijfmotieven, o.a.: “Tegelijk maakt dit haar mogelijk er afscheid van te nemen, er afstand van te doen.” Je moet weten dat ik het titelverhaal “Afscheid van steen” schreef toen ik na de dood van mijn vader in het ouderlijk huis verbleef (als bewaker, conciërge, ontvanger van kandidaat-kopers) en dat ik het huis in mijn verhaal verkocht voor dat in de werkelijkheid het geval was. Toen het huis dan echt werd verkocht, niet aan een veearts, had ik er al afstand van gedaan. “Deze tekst is de zerk die nog op dit verleden moest worden gezet.” Zo zal het wel zitten, ja. Vandaar “van steen”. Bij lezingen verwoord ik het zo: mijn teksten zijn mijn kistjes van wat niet zal of mag rotten. Vandaar het verhaal “Mama”, óók op een ver kerkhof.

Ook in De eeuw van de Ekster werd de eindredacteur vermeld, het duo Karin Kustermans – Manu Claeys. Ik vind dat dit hoort, aangezien de anderen (fotograaf, kaftontwerper, zetter en anderen) ook worden vermeld. De inbreng van Manu bij Afscheid van steen was minder omvangrijk dan jij vermoedt (ik reduceerde zelf tot raakpunten en wat ik “echo’s” noem), maar hij bepaalde wel, tot mij grote tevredenheid, de volgorde van de teksten.
Op brieven van lezers of reacties bij lezingen repliceer ik soms: het is voor een schrijver een luxe zo goed en begrijpend gelezen te worden. Deze keer kan ik het ook eens tegen een recensent zeggen! Ook al – nu schakel ik over van mijn schrijfmotieven naar mijn schrijfplezier – vergat die recensent nog een dode: de ook levend verbrande Simon Turchi, zowat de tegenhanger van “De Maagd”, van wie het lot door Conscience in zijn Simon Turchi is beschreven, wat ik maar allemaal ontdekte toen ik uitzocht wie dan toch maar die Turchi op het programma van de Lichtstoet kon zijn.

Oei, nu reageer ik warempel niet alleen op een recensie, maar begin ik ook nog te vertellen, volgens mijn babbelaard. Ik begeef me terug naar mijn volgens werk, ver van Aarschot, aan de andere kant van de wereld, zonder ik-persoon.

Ik zei het al: je stuk deed me deugd.

Vriendelijke groet,
Brigitte Raskin

“Want de verteller zet een waar verhaal graag naar zijn hand.”

Brigitte Raskin