Nul ne guérit de son enfance

Cher monsieur Jean Ferrat,

De wijde wereld heeft net afscheid genomen van 2010 en dat gaf op televisie jaaroverzichten van rampzaligheid, die ik verschrikt heb nagekeken. Daaraan voorbij wil ik in mijn eentje ook afscheid nemen van u, mooiste stem, man en moustache van het Franse chanson. Ik heb de beelden van uw uitvaart in maart 2010 in mijn geheugen opgeslagen bij de teksten van uw chansons en kijk er soms naar. Er staan honderden mensen opeengepakt rond uw simpele kist op het zonnige dorpsplein van Antraigues, die meezingen terwijl uw “La montagne” door de luidsprekers klinkt en die muisstil luisteren naar uw broer Pierre die u zo warm “mon petit frère” noemt.
 
Pierre Tenenbaum, Jean Tenenbaum. Ik wist niet dat Jean Ferrat een artiestennaam was, las het pas naar aanleiding van uw dood, toen ik me voor het eerst over uw levensverhaal boog. Het enige wat ik daarover al wist, was dat u communistisch gezind was en u politiek engageerde in het dorp van de Ardèche-streek waar u zich had teruggetrokken. Weinige weetjes, die ik trouwens nooit nodig heb gehad om chansons als “La commune”, “Potemkine”, enzovoorts, te begrijpen en uw overtuigingen te delen.
Want denkt u alstublieft niet dat ik alleen uw chansons d’amour uit het hoofd ken. Al geef ik toe dat zinnen daaruit me zomaar vanzelf te binnen schieten als het erom gaat de liefde onder woorden te brengen. “Tu peux m’ouvrir cent fois les bras, c’est toujours la première fois”, úw poëzie, “Que serais-je sans toi que ce balbutiement”, poëzie van Louis Aragon die u op muziek zette. Ook díe chansons spreken voor zichzelf. Dat u ervoor uit uw eigen leven kon putten, vernam ik ook pas toen ik uw levensverhaal las en in Paris Match foto’s zag van u en uw eerste vrouw, naast wie u nu begraven ligt in uw geliefde Antraigues.
 
Het is niet dat ik niet nieuwsgierig ben naar de artiest achter zijn schepping, zeer integendeel. Maar ik dacht dat uw werk een open boek was en uw levensverhaal er niets aan toe te voegen had. De grondtoon van wat u zingt, is gelukkig en positief, in uw stem ligt een vanzelfsprekende empathie met de kameraden, de eenvoudige mensen en niet te vergeten de vrouwen. En uw stem is zo móói, nooit grimmig of kwaad, en nooit breekbaar als die van uw broer die zijn hommage aan u stamelend beëindigde, “excusez-moi de mon trouble, c’était difficile”.
 
Pierre, Jean, twee van de vier kinderen van Michel Tenenbaum, van joods-Russische afkomst. 30 september 1942, Konvooi 39, 210 gedeporteerden van kamp Drancy naar Auschwitz, 154 meteen bij hun aankomst vergast en geen van de anderen teruggekeerd.
Ik had er niet het minste vermoeden van dat het indrukwekkende “Nuit et brouillard” zo dicht bij uw eigen leven staat. “Ils étaitent des milliers, / Nus et maigres, tremblants, dans ces wagons plombés.” Dat hebt u geschreven en op die pulserende muziek gezet en telkens opnieuw en opnieuw voor een groot publiek gezongen in het besef dat één van die duizenden uw vader was.
 
Pas sinds uw dood besef ik hoe weinig aandachtig ik u vroeger heb beluisterd, altijd opnieuw mijn favorieten onder uw chansons, met hun pakkende teksten die ik kan meezingen en daardoor op de duur niet meer hóórde.
Ik vroeg me ook nooit af of ik uw repertoire wel zo goed kende als ik dacht. Terwijl “Nul ne guérit de son enfance” me volkomen onbekend was tot ik het u niet zo lang geleden zag en hoorde zingen. En nu wel meteen begreep dat het over uw eigen vader gaat,“qui disparut avec la guerre”, en over uw eigen jeugd die omkantelde toen u elf was. Dat gezegd krijgen, moet ook ontredderend en moeilijk zijn geweest, “Celui qui vient à disparaître / Pourquoi l’a-t-on quitté des yeux / On fait signe à la fenêtre / Sans savoir que c’est un adieu”. Het onbeschrijflijke verwoord, en zo te horen verwerkt.
 
U hebt natuurlijk zelf de foto’s van de kampen, de overlevenden, de wél teruggekeerden gezien. “Ceux qui sont revenus peuvent-ils être heureux?” vraagt u zich in “Nuit et Brouillard” af. Maar wat ik me afvraag, is hoe ú gelukkig kon zijn en uw chansons zo gelukkig klinken.
U antwoordt me trouwens meteen: “Mon amour frais mon amour femme / Le bonheur d’être et le temps doux / Pour me guérir de mon enfance.” De liefde, de vriendschap, de natuur, het eenvoudige leven, en het engagement als het moet.
 
Neem me mijn eerdere onachtzaamheid niet kwalijk, en zeer bedankt voor zoveel moois.
Tot ik eens in uw geluksplek Antraigues kom,
 
Brigitte Raskin