Skating door het justitiepaleis

Het gejammer over de staat van het Brussels justitiepaleis, die in het nieuws komt als er dieven binnenbreken of gevangenen ontsnappen, veranderde in de komkommertijd van de voorbije zomer in gefantaseer over de toekomst van het paleis. Om dat fantaseren te stimuleren, lanceerde de minister van justitie de internationale ideeënwedstrijd “Brussels Courthouse, imagine the future!” en om de deelnemers aan de wedstrijd te inspireren, liet De Standaard (24-25 juli 2010) alvast een vijftal Belgen, twee architecten, twee advocaten en een kunstenaar, antwoorden op de hamvraag of het paleis best justitieel blijft of niet.

De grootste fantast van het vijftal is politicus en advocaat Bert Anciaux. Hij breekt het justitiepaleis tot op de grond af als “symbool van hautaine klassenjustitie” en trekt in de plaats een “volkspaleis” op. In de Salle des Pas Perdus mag iedereen zijn zeg komen doen op een permanent congres, tja, typisch Bert, het paleis wordt een ontmoetingsplek van alle godsdiensten, moet dat alweer?, jongeren krijgen er muziekstudio’s, oei, dit gaat mis, er is plaats genoeg voor een indoorskatepark, is die man gek?, en de koepel opent zich naar de sterrenhemel zodat er contact is met de kosmos, ja dus, gek.
De vier anderen zijn, eh, minder bevlogen. De tweede advocaat, stafhouder Alex Talon, wijst de ideeënwedstrijd van de hand, pleit tegen herbestemming en voor herwaardering van het paleis. Hij doet dat in het verlengde van de actie “Red het justitiepaleis!” waarmee de Brusselse ordes van advocaten de ideeënwedstrijd “Brussels Courthouse, imagine the future!” voor waren. De advocaten vragen behalve de krachtdadige aanpak van de verloedering van het paleis, een masterplan waarin het paleis het centrum blijft van de Belgische en Brusselse justitie.
Architect Marcel Rijdams is het daarmee eens: het justitiepaleis moet justititiepaleis blijven; onderhouden, moderniseren en daarmee basta. Kunstenaar Wim Delvoye is de idee van het paleis als museum niet ongenegen, maar vindt toch ook dat het best blijft wat het is, “een reusachtige taart die veel identiteit geeft aan Brussel”, waarin als van oudsher aan justitie  wordt gedaan en waarrond een “cluster van justitieplekken” wordt gecreëerd. Architect en Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen ten slotte vindt dat het ware probleem van het justitiepaleis zich niet in het gebouw zelf stelt maar in “de publieke ruimte errond”. Binnen kijkt hij niet verder dan de Salle des Pas Perdus, “die alles met alles verbindt, zelfs verticaal”. Hij wil de Salle nu ook met de publieke ruimte buiten verbinden. Vertrekken van de Salle, kijken hoe die via de vele passages en trappartijen overloopt in de straten errond en daar dan een soort stad in de stad van maken, een ruimte om te dwalen, indoor, outdoor.

Spannend toch? Sinds ik me betrokken partij voel bij justitie, zijn én de staat én de toekomst van het justitiepaleis me gaan passioneren. En sloeg ik, bij wijze van skating door het paleis en lang voor Bert Anciaux dat deed, wild aan het fantaseren: ik gaf het paleis (in deze kolommen) “een museale bestemming” en werkte die idee uit tot en met de openingstentoonstelling Horta versus Poelaert. Daarna bond ik wel in en maakte ik (ook in deze kolommen) van de Salle een evenementenhal voor justitiële massaspektakels zoals de start van het Citibank-proces (waarvoor nota bene een kleinere evenementenhal in de voormalige Belle Vue Brouwerij was gehuurd). Nu voeg ik er de idee aan toe om van de Salle een agora te maken, bij gelegenheid dan toch. Eind augustus deed zich zo’n gelegenheid voor, de actie “100 steden tegen de steniging”, een kleine vierhonderd mensen die in Brussel betoogden tegen de mogelijke doodstraf door steniging van de Iraanse Sakineh Mohammadi Ashtiani. Ze gingen – voor hun justitiële discours – op de trappen van het justitiepaleis staan, maar hadden ze niet net zo goed binnen kunnen gaan? Om hun betoging daar te vervolgen met discussie, of een informatiestand, of een confrontatie met de Iraanse ambassadeur? (Ik weet het: binnen de kortste keren zitten er dan asielzoekers op die agora of anderen die zich verongelijkt voelen. Et alors?)

Die agora-idee of de indoor-outdoor publieke ruimte van bouwmeester Swinnen, of de Indoor Hyde Park Speaker’s Corner van Bert Anciaux: het verschil zit ‘m maar in een klein hoekje. De justitiële centrum-functie van het paleis waar de advocaten voor pleiten, het “cluster van justitieplekken” dat intussen al een feit is in de Poelaertwijk, indoor outdoor museumstukken (en dan best justitiële à la Corpus Delicti): die hoeven niet of of te zijn, kunnen immers én én zijn.
Ik zie de toekomst van het paleis zó voor me. In het gerestaureerde, gemoderniseerde, gesecureerde justitiepaleis (met zijn 27 grote en 245 kleinere zalen) spelen zich de grote justitiële zaken, vergaderingen en plechtigheden af. De advocaten blijven er kind aan huis, drinken ’s ochtends een koffie in hun garderobe-café en vliegen dan als eksters uit in het paleis en over de buurt vol justitieplekken. De Salle des Pas Perdus is als een overdekt plein in de stad, centrum van de buurt, publiek toegankelijk en verbonden met het eindelijk heraangelegd, gesocialiseerd, vervrolijkt plein vooraan. Opgepast: het blijft verboden te skaten op de trappen van het paleis, laat staan indoor. De koepel van het paleis is ook toegankelijk (tegen betaling van een toegangsprijs) en biedt een magnifiek uitzicht over de stad, op feestelijke dagen ook by night.

Wat kunnen de internationale ideeën die eind december uit de bus komen in antwoord op “Brussels Courthouse, Imagine the Future!” daar nog aan toevoegen? De Regie der Gebouwen, die zich met de wedstrijd bezighoudt, zou zich beter gewoon verder bezighouden met de restauratie en de modernisering van het justitiepaleis. De minister van Justitie, wie hij/zij ook is of wordt, zou zich beter gewoon bezighouden met de hervorming van justitie, en met dat masterplan waarop alle betrokkenen aandringen.
Natúúrlijk heeft het paleis een grootse toekomst voor zich – dat staat in de sterren geschreven.